Frans leren 5de leerjaar

Je kind moet nu Frans leren in het 5de leerjaar en het loopt niet zo vlot? Of loopt het zo moeizaam dat jullie allebei de moed verliezen?

Misschien heeft je kind wel dyslexie en is de Nederlandse spelling al zo moeilijk. En dan moet je kind nu ook nog Frans leren.

Lees zeker verder voor onze ervaring. Ik laat zien hoe de leerstijl en de mindset van je kind invloed hebben op het leerproces.

Nu juf van het 5de leerjaar

Als je  mijn Over-mij-pagina hebt gelezen, weet je dat ik huisonderwijs geef aan onze dochter Viola. En dan weet je dat leren lezen en spelling niet makkelijk waren.

Sinds dit schooljaar ben ik voor haar dus de juf van het 5de leerjaar en leren we ook Frans…

En dat is zeker ook een uitdaging!

Maar als ik nu, na een half schooljaar, terugkijk naar hoe we dit schooljaar zijn begonnen en hoe het toen ging… dan zijn we daar al enorm in gegroeid.

Ik vertel je graag hoe we dat deden, zodat jullie ook je weg kunnen vinden.

“Ik haat Frans”

Onze dochter startte het schooljaar met “Ik haat Frans”, “Ik vind Frans een heel lelijke taal” en “Ik wil geen Frans leren, maar wel Chinees”.

Zucht! Geen goed begin.

En ik dacht dat ik haar zo goed had voorbereid op Frans. Al van de 3de kleuterklas leerden we op een hele speelse en muzische manier Frans. We zongen liedjes en deden een “pak-spelletje”. Daardoor pikte ze al veel woorden op.

Deze lesjes waren bedoeld om kinderen “warm” te maken voor Frans. Ik was ervan overtuigd dat het ook gelukt was: ze vond het écht leuk.

Vanaf dit schooljaar zag de Franse les er natuurlijk wel wat anders uit. Het werd minder vrijblijvend. Er is nu bij elke les een lijst met woorden die ze moet kennen – zowel de betekenis als de spelling. Het gaat om zo’n 25 woorden om de 2 weken!

En die woorden zien er ook zo “gek” uit. Denk maar aan “maison”. Viola vond dat het er normaler zou uitzien als we het meer fonetisch mochten schrijven: “meison”.

Maar helaas is dat niet zo.

En dan had ik het nog niet over grammatica. Denk maar aan un of une. Avoir en être. Vervoegingen en ontkenningen. En dan noem ik hier alleen de gemakkelijke.

Die grammatica moet je dan ook nog eens toepassen in conversaties.

Oh, la, la!

Frans in de praktijk

Ik spreek zelf redelijk goed Frans, omdat ik als tienermeisje de vakanties vaak in Wallonië doorbracht. Ik logeerde er bij mijn vriendin. Zo moest ik wel Frans spreken.

En zo’n taalbad is vaak de beste manier om een taal te leren. Zeker als je kind de Nederlandse spelling sowieso al niet makkelijk vindt of als je kind dyslexie heeft. Dat heeft te maken met je leerstijl. (klik hier om meer te leren over leerstijlen)

Maar met je kind naar het Franssprekend gedeelte gaan, kan niet altijd. En je kind moet sowieso Frans leren in het 5de leerjaar. En dat is niet in de praktijk, maar uit een boek. En niet elke ouder spreekt zelf goed Frans… Wat dan?

Frans leren in het 5de leerjaar: de leerstijl

Ook al spreek ik wél goed Frans, ik had nog nooit iemand Frans geleerd. Dus volgde ik angstvallig de handleiding voor de leerkrachten van de methode die we gebruiken.

De eerste les is luisteren en zinnetjes nazeggen.

Na nog geen 15 minuten (!) vroeg mijn dochter of we pauze konden nemen omdat haar hoofd al zo vol zat. Er kon niets meer bij!

OK, pauze dus.

Als huisonderwijzer kan ik me aanpassen en flexibel zijn met de planning.

We deden weer verder. Na 15 minuten weer een vol hoofd met veel gezucht….

Hoe doet jouw kind dat op school? Daar kan je kind toch niet om extra pauze vragen?

Wat was het probleem? Waarom had ze direct een vol hoofd?

Ze moest luisteren naar woorden die ze nog niet visueel in haar hoofd had.

Dus eerst luisteren werkt niet voor ons. Onze dochter is niet erg auditief, maar wel visueel sterk. Dat is haar leerstijl.

Dus wij beginnen een nieuwe les niet meer auditief maar visueel. We slaan de nieuwe woorden nu eerst mét vertaling op via het visuele denksysteem.

Zo blijft het wel hangen en kunnen we daarna naar het lesje luisteren.

Daarbij gebruiken we de video uit de methode mét ondertiteling in het Frans. Zo ziet ons meisje de woorden terwijl ze die ook hoort.

En die woorden heeft ze op dat moment al visueel in haar hoofd.

Ze zijn niet meer onbekend.

Deze nieuwe aanpak was al een flinke stap vooruit. We hoefden niet meer om de haverklap te pauzeren. Omdat we Viola’s leerstijl volgden: de visuele manier.

En toch bleef het trekken en sleuren. We moesten zo vaak herhalen dat Viola moedeloos werd en haar armen slap naar beneden liet hangen.

Elke keer was ze haar beeld weer kwijt. Dat had ik echt niet verwacht!

Uit ondervinding weet ik dat Viola visueel vlot leert. Dus er klopte iets niet.

Nog iets anders.

Anders kijken naar fouten

Ik volgde een masterclass over mindset en fouten maken.

Dát heeft voor mij de knop omgedraaid.

Ik besefte dat het niet echt hielp als ik zat te zuchten als we voor de zoveelste keer hetzelfde woord moesten oefenen omdat ze het alweer kwijt was – soms was ze het al binnen het uur weer kwijt.

Mijn houding heeft een grote invloed op haar mindset.

Als ik me ontmoedigd voel omdat er geen progressie schijnt te zijn straal ik dat uit op haar. Op de fout komt dan (ongewild) een oordeel. Zij denkt nog meer dat ze het niet kan en dat blokkeert haar in haar leerproces. Daardoor onthoudt ze het woord niet of alleen met veel moeite.

Dus sinds januari zucht ik niet meer. Of dat probeer ik. 😉

Elke keer als ze me verslagen aankijkt omdat ze een fout heeft gemaakt zeg ik dat het niet erg is. Dat we van die fout weer gaan groeien. Dat we gewoon nog moeten oefenen en dat het daarna wel zal lukken.

Ik gebruik “groeitaal”. Elke dag. Want het is een proces waar je elke dag mee bezig bent. Je kan niet de knop omdraaien en zeggen: “Vanaf nu heb ik een goede mindset en lukt me alles”. Want zo werkt het niet.

Elke dag aandacht geven aan mindset is nodig.

 

Groeitaal leer je door ermee te oefenen:

Download hier ideeën om met groeitaal te gaan oefenen.

Je vindt voorbeelden op de 2 complimentenposters.

Welk verschil maakt mindset dan?

Benieuwd naar het resultaat van werken aan de mindset voor Frans?

Ze scoort nu 40% beter op haar toetsen terwijl we er minder hard voor moeten werken. 🙂

Ik hoef niet meer zo te trekken en te sleuren om haar in gang te krijgen en ze zit niet meer te zuchten. En ze laat haar armen ook niet meer hangen om te laten zien hoe ellendig ze het wel heeft.

40% groei, we houden er allebei meer energie aan over én ervaren veel minder frustraties.

Zo’n impact kan je mindset hebben! Door anders naar fouten te kijken en in groeitermen te denken. Of toch te proberen. Want ik moet er ook elke dag bewust aandacht aan geven. Ik mag hier ook in groeien.

Mindset heeft dus een hele grote invloed op hoe je kind leert.

De juiste leerstijl en mindset maken het verschil

Als je kind nu Frans moet leren omdat  hij in het 5de leerjaar zit, dan kunnen deze tips je helpen:

Je kind leert het best volgens zijn leerstijl. En als je samen met je kind aan mindset werkt, anders over fouten gaat denken, dan maakt dat Frans een heel stuk makkelijker en de frustraties zullen flink zakken.

Want dan weet je kind dat hij het wél kan. Op zijn manier en door fouten te mogen maken. Want daar groei je juist van en dát is fijn!

Wil je graag de leerstijl van je kind ontdekken? Klik dan hier voor een gratis checklist.